vrijdag 4 augustus 2017

Een nieuwe bestemming, een nieuw blog

Odessa ligt ruim een jaar achter me. Sindsdien bleef ik fietsen. Ik toerde om af te kicken nog door Brabant en Zuid-Holland. Ik trok dwars door Nederland, over de Utrechtse Heuvelrug en weer terug, ik reed talrijke rondjes Ronde Hoep. Ik fietste naar werk en supermarkt, legde vele kilometers af in de Betuwe, langs duinen, Gooi- en IJsselmeer en doorkruiste minstens drie keer de Hoge Veluwe.

In de zomer trok ik in ongenadige hitte door Zuid-Limburg, op mijn Bianchi. Daar zit nog een verhaal aan vast. 
Na die tocht bezweek de racefiets bijna. Niet vanwege de hitte, maar door de klap van een laaghangende balk, waar we onderdoor reden. Het gebeurde terwijl de fiets nietsvermoedend op de imperiaal van de auto stond. In het hart geraakt, hij zakte meteen door de hoeven. 

Toch ben ik er niet zeker van of het alleen door de klap kwam: misschien had de Bianchi toen al in de gaten dat ik naar een ander lonkte; dat hij ondanks jaren trouwe dienst het veld moest ruimen voor een carbonfietsje van Amerikaanse makelij dat op een dag in mijn slaapkamer zou staan pronken. Misschien dat hij het voelde aankomen en zich daardoor liet vellen... Maar sterk is ie wel, hij heeft klap overleefd.

Gelukkig laat mijn Santos zich niet door tegenslag uit het veld slaan. We zijn klaar voor een nieuwe reis, de spieren in conditie, het gewicht op peil, de banden op spanning. De proloog staat gepland op 11 augustus, de dag erna rijd ik vanuit Maastricht mijn eerste etappe.

Het doel is Oloron-Sainte-Marie in de Franse Pyreneeën, al met al zo'n 1600 kilometer te gaan. Een fietstocht met Maria's, heb ik het genoemd. Waarom? Dat is te lezen in mijn nieuwe blog www.barbarafietst.wordpress.com. Ik streef ernaar om weer elke dag een verslag van mijn reis te doen. Ik hoop jullie daar weer als lezers te mogen begroeten.


Met hartelijke groet,
Barbara


vrijdag 17 juni 2016

Terug in Nederland

De dag begon vroeg. Om kwart over vijf klopte de verhuurster van onze studio aan. Ze had een taxi geregeld en wilde persoonlijk de sleutels in ontvangst nemen. Ze had er al een uur voor moeten reizen.


De taxi was aan de kleine kant. Toch lukte het om de twee fietsen erin te krijgen. Alleen qua zitplaats was het wat behelpen, ik zat tussen bagage en voorstoel ingeklemd. Over de nog stille wegen racete de chauffeur naar de luchthaven en ramde bijna een andere taxi. We waren vroeg, wat goed uitkwam want mijn fiets moest nog worden verpakt. Bij het regelen van het ticket voor de fiets hadden we die mogelijkheid al besproken met de jongens die koffers van reizigers in cellofaan inpakken.


Mijn fiets werd als een mummie in plastic gewikkeld en van heel veel plakband voorzien. Het inchecken verliep vlot, de luchthaven van Odessa is vergelijkbaar met Maastricht Airport. Alleen kwam de kurkentrekker van Richard, vergeten in de rugzak, niet langs de veiligheidscontrole, wat spijtig was. We vlogen met de Oekraïense UIA. Uit hun magazine bleek dat ze zowat de hele wereld aandoen, maar niet in Rusland komen. Politiek. Na een stop in Kiev landden we nog voor het middaguur op Schiphol.


De reis, die ik op 2 mei startte, zit erop. Niet eerder was ik zoveel weken van huis. Het was heerlijk om deze lange tocht te maken, zowel alleen als samen en om in Odessa te zijn. Maar een wereldreiziger ben ik niet. Ik zal geen jaar op pad gaan, misschien niet eens meer zes weken achter elkaar. En toch... ik zou met plezier nu weer op de fiets stappen en het eerste tochtje van Utrecht naar Gendt overdoen. Het genot van vertrekken, elke dag opnieuw, is misschien wel het grootst.

In de afgelopen 46 dagen heb ik 2935 kilometer gefietst en 11604 hoogtemeters gemaakt. Ik fietste door Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Slowakije, Hongarije, Oekraïne en -al was het maar twee uur-  door Moldavië.

Mijn fiets, een Santos, was geweldig. Banden, spaken en wielen bleven heel, terwijl door het wegdek toch forse krachten op mijn fiets werden uitgeoefend. Ik heb een wieltje aangedraaid om de achterrem bij te stellen, vanwege slijtage aan de remblokjes. In de Karpaten heb ik die remblokjes vervangen. Dat was in drie minuten gepiept. En een paar keer moest ik sleutelen om het spiegeltje weer vast te zetten. Het grootste probleem was er een met mijn fietstas, waar tot twee keer toe een schroefje uit lostrilde, zodat hij aan de bagagedrager hing te klapperen. Ook dat was vrij gemakkelijk te verhelpen.

In de loop der tijd groeide het aantal lezers van mijn blog naar soms meer dan honderd per dag, dat was erg leuk om te ervaren. Verder was ik heel blij met de vele reacties, die me via blog, sms, mail en telefoon bereikten. Daardoor wist ik me, zeker in de weken dat ik alleen fietste, toch verzekerd van gezelschap. Ook was het door de reacties een groot plezier elke dag weer een aflevering te schrijven.
Veel dank daarvoor.

Hiermee eindigt mijn blog Naar Odessa. Het blog blijft wel te lezen. Reageren blijft ook mogelijk, via het blog (ik krijg dan een bericht van Google dat een reactie is geplaatst) of rechtstreeks via e-mail naar beelceem@me.com. De meeste foto's in het blog zijn van mijn hand, maar vanaf 3 juni staan er ook foto's van Richard bij. Hij heeft foto's van de reis verzameld in een overzicht, dat is te bekijken op photos.google.com.

Barbara Schmeits
17 juni 2016

donderdag 16 juni 2016

Nog een keer...

Tijdens het afwassen viel een waterglas op de stenen vloer in gruzelementen. De stofzuiger stond achter slot en grendel. De stukjes veegden we daarom met een matje als geïmproviseerde veger in een hoek. Op blote voeten lopen kon niet meer. Daarvoor moest eerst de schoonmaakster langs komen.

We trokken de stad in. Op onze laatste dag in Odessa wilden we het Museum of Western and Eastern Art bezoeken. Het museum is voortgekomen uit privé-collecties en gaat door voor het beste van Oekraïne. Helaas bleek het gesloten. Op de deur hing een briefje met de tekst 'Vrije dag' zonder verdere uitleg.


Na deze teleurstelling besloten we de fiets te pakken en nog een keer naar de Zwarte Zee te gaan, deze keer via de Moldavanka. De Moldavanka was van oorsprong een arme Joodse wijk, waar blijkbaar ook veel gespuis woonde, in ieder geval rond 1920. Isaac Babel bracht er veel tijd door om het leven daar te kunnen beschrijven. Ik wilde wel naar de naar hem vernoemde straat, maar we raakten de weg kwijt en kwamen niet verder dan de rand van de wijk. Kleine huizen, vervallen panden, kapotte straten: het was genoeg om te zien dat de welvaart van Odessa's centrum nog niet ver reikte.


Eenmaal aan zee zaten we een tijdje op het strand en keken naar flaneerders, meeuwen en schepen. Boven ons hoofd lag de strakke scheiding tussen blauwe lucht aan de ene en grijze lucht met onweer aan de andere kant. Gelukkig bleven we droog. In het restaurant moesten we, zoals wel vaker in Oekraïne, lang wachten. Twee mannen aan de tafel naast ons waren dat blijkbaar gewend. Ze kleedden zich om, deden wat gymnastische oefeningen en namen een frisse duik in zee. Even later zaten ze weer aangekleed aan tafel.


Op de terugweg kleurde de zon de hemel en de haven rood. Dwars over het pad stond een eenzame kinderwagen en Eisenstein indachtig zag ik er hét ultieme beeld van Odessa in. Maar voor die foto was ik net te laat, iemand duwde de wagen naar de kant. Wij togen nog één keer naar de Potemkintrappen en maakten er een selfie, onder het toeziend oog van founding father Richelieu.


Daarna restte alleen nog het leegdrinken van de fles wijn, die we uit het restaurant hadden meegenomen en het inpakken van tassen en fietsen. Daarna moest het licht uit. Om kwart over vijf in de ochtend zou de taxi ons naar het vliegveld te brengen.

We fietsten nog 21 kilometer https://www.strava.com/activities/610270131

woensdag 15 juni 2016

Weer fietsen

De zon scheen en na een lome start namen we de fiets. Na een paar dagen in de stad was het goed weer even de frisse rijwind te voelen. Voor de tweede keer sinds we in Oekraïne waren reden we over een fietspad. Het was mooi aangelegd en voerde langs de kust naar het zuiden. Erg ver reden we niet, maar wel met een paar steile beklimminkjes.


Langs het fietspad waren er doorkijkjes naar de zee. In de diepte lagen strandjes. Her en der stonden gekleurde metalen rekken waar mannen hun arm- en buikspieren mee trainden. Iets verderop drukte iemand zich op, dwars over het fietspad. Even later oefende hij karatetrappen, waarbij hij met volle kracht tegen zijn partner trapte die een beschermkussen droeg. De twee hadden verbeten koppen en deden me denken aan de Russische hooligans in Frankrijk.


We arriveerden in Arkadia, wat in Paustovski’s tijd een plek was van verborgen strandjes en zomerhuisjes, maar inmiddels een uit de kluiten gewassen badplaats. Overal rees nieuwbouw op, sommige gebouwen hadden wel twaalf verdiepingen. We namen onze fietsen mee het strand op en vertoefden er een tijdje. Richard nam een duik in de Zwarte Zee en kwam er met zeewier tussen de vingers uit.


Op de terugweg wilden we de universiteit bezoeken, maar we zochten deze langs de verkeerde straten, ons wurmend langs busjes, auto’s, trolleybussen en tramrails. Daardoor kwamen we wel in andere delen van de stad, waar veel beter dan in het centrum de verwaarlozing van huizen zichtbaar was. Desondanks waren het ook hier sfeervolle straten, dankzij de vele bomen, pleintjes en binnenhoven.

De boekenmarkt,  op een lange lage muur in een park bij het station, was al aan het sluiten. Terwijl sommige handelaren hun goed gevulde dozen op karren laadden, snuffelden wij er nog wat rond. Er lag zowaar een dik Duitstalig boek over Jeroen Bosch tussen de vele Russische boeken. We lieten het toch maar liggen. Op de terugweg kwamen we bij de kerk, een Grieks-Orthodoxe, waar de taxichauffeur een paar kruisjes had geslagen. Om beurten liepen we er even binnen.


 Later dronken we nog koffie bij ‘het mannetje’ van Richard, hij was er al een paar keer eerder geweest. Op het tafeltje lag een mooi Engelstalig tijdschrift, the Odessa Review, over kunst, literatuur en zaken. Ik wilde weten waar het te koop was. Niet, was het antwoord. Toen we later vertrokken en ik al wilde wegfietsen, riep ‘het mannetje’ me. Ik kreeg het tijdschrift toegestopt.

We fietsten 20 kilometer, https://www.strava.com/activities/609035125
Reageren kan via het blog of per e-mail naar beelceem@me.com 

dinsdag 14 juni 2016

Regelzaken

Een grijze hemel hing boven Odessa. De regen van de dag ervoor had alle geuren losgewoeld. Je rook de bomen, maar bij vlagen ook de penetrante pislucht van de vele zwerfkatten. Een kat was via het balkon onze studio binnengedrongen, waardoor die lucht ons ook een tijdje binnen omringde. We wisten deze effectief te bestrijden met dweilen en wat oploskoffie in een glaasje. 

Onze eerste zorg was regelen dat de fietsen met het vliegtuig mee konden. Daarvoor moesten we naar vliegveld, waar we met een minibusje konden komen. Het kantoor van de UIA, de Oekraïense luchtvaartmaatschappij, ging net sluiten vanwege de middagpauze. Om onze plek niet te verliezen, bleven we voor het kantoor rondhangen. 


Eenmaal aan de beurt konden we inderdaad twee extra tickets kopen voor de fietsen. Het uittikken ervan duurde eindeloos, totdat ineens een matrixprinter begon te ratelen en een lange strook papier bedrukte. Met een liniaaltje als geleide scheurde de medewerkster de tickets van de strook. De moderne wereld van e-tickets was duidelijk nog niet in dit kantoor aangeland.

Luchthaven was een te groot woord voor het gebouwtje. Iets verderop stond een enorme nieuwe terminal. Volgens de chauffeur van de illegale taxi, die we voor de terugweg hadden geregeld, was het weggegooid geld. Er kwamen en vertrokken maar twaalf vliegtuigen per dag. De chauffeur sloeg drie kruisjes bij het passeren van een kerk en vroeg of we op de Karl Marxstraat moesten zijn. Werken met verouderde straatnamen in het hoofd leek me voor een taxi-chauffeur wel ingewikkeld.

Inmiddels was het drie uur geweest. We streken neer in restaurant Fratelli, dat ons ook door de jonge Odessieten in de Philharmonie was aangeraden, en aten er erg lekker. Omdat Richard een ander gerecht kreeg voorgezet, dan hij had besteld, boden ze ter compensatie aardbeien, kersen en in pure chocolade gedoopte geconfijte schijfjes sinaasappel aan. Voor die schijfjes zou ik er elke dag wel even langs willen gaan. 


Een bezoek aan de kapper friste mijn hoofd op, wat wel nodig was na al die weken fietsen. De kapster plakte een cellofaan klepje op mijn voorhoofd zodat mijn ogen waren beschermd. Zonder bril en een met een beslagen klepje onderging ik de knipbeurt in een soort mist. Wel zag ik dat elke borstel van plastic werd ontdaan. Ik was blij met het resultaat. Volgens een Engelssprekende medewerker kon dat niet anders, ik was zojuist door de beste kapper van de beste kapperszaak van Oekraïne geknipt. Zo! 


maandag 13 juni 2016

Kitsch

We luierden de zondag in. Dat wil zeggen: nadat ik mij blog had geschreven en Richard alvast een fietstochtje door Odessa had gemaakt en de Potemkintrappen vanaf de havenpier had gefotografeerd. We hingen wat rond in onze studio, die overigens met gemak het etiket kitsch verdiende. Hij was duur ingericht en had net zo goed voor bordeel door kunnen gaan met glimmend glas, glazen kroonluchter, gedrapeerde gordijnen, een goud gekapitonneerd hoofdeinde van het bed en een badkamer met een tweepersoons jacuzzi. Pas in de middag begaven we ons de stad in en kuierden, de regen trotserend, door de omliggende straten om uiteindelijk weer bij het strand van Lanzjeron uit te komen.


Het was prettig wandelen door Odessa. De brede straten zijn omzoomd door bomen, er staan overal acacia's, platanen, kastanjebomen, catalpa's en eiken. Van de gids van het Paustovskimuseum wisten we dat de straten zo breed waren en de gebouwen nooit meer dan vier bouwlagen hadden, zodat elk huis zon kon krijgen. Dat principe was door het nieuwe geld intussen her en der aangetast. Op verschillende plaatsen rezen namaak-oude gebouwen, met torentjes en veel balkons, of op cruiseschepen lijkende kolossen boven de stad uit.

We kwamen langs een vervallen huis, waar de bomen uit groeiden. Niettemin hing er een recent aangebrachte plaquette, waaruit bleek dat de schrijver Nikolaj Gogol er een jaar had gewoond. Een versleten steen vijf meter verder bevatte dezelfde boodschap. Ik had net een alinea uit 1929 gelezen van Ilja Ilf (in de bundel 'De Mythe van Odessa'), dat er vóór de revolutie in Odessa slechts vier standbeelden waren, waarvan dat van Catharina de Grote nog werd vernield, en erna wel meer dan 300 beeldhouwwerken. Het zou me niet verbazen als het er nu 3000 zijn met al die -soms spuuglelijke- plaquettes en nieuwe beelden.


Onderweg naar zee passeerden we een strook vol bomen waar het landschap en de tuinen opnieuw werden ingericht. Grote spandoeken, waarmee het gebied werd afgeschermd, kondigden dat aan waarbij vooral het prominente aandeel van de Turkse staat opviel. De afbeeldingen van wat het moest worden waren pompeus en zouden een ware kaalslag tot gevolg hebben. Het riep vragen op over de invloed van Turkije en ik bezag het levensgrote reclamebord van Turkish Airlines, dat zich bij de Potemkintrappen opdrong, ineens met andere ogen.


Van oude schoonheid viel gelukkig ook veel te genieten. Zwak zonlicht lichtte de havens op onder de grauwe hemel. Na een maaltijd aan zee liepen we terug naar onze studio. Inmiddels was de wedstrijd Duitsland-Oekraïne begonnen en werd het stil op straat. Een keer steeg een luid gejuich op, toen Oekraïne scoorde. Maar dat doelpunt telde niet. De wedstrijd ging met 2-0 verloren.





zondag 12 juni 2016

Museum in Lanzjeron

Nu we geen dagafstanden meer hoefden af te leggen was er tijd voor een rustige start van de dag. Terwijl ik mijn blog schreef deed Richard boodschappen. We ontbeten op het balkon van ons appartement, gadegeslagen door twee katten. In het parkje waar we op uitkeken, bouwden mensen een markt op. Af en toe klonk muziek uit een luidspreker. Wij vertrokken voor een wandeling door de stad.


We kwamen voorbij het huis waar Alexander Poesjkin woonde, in de naar hem vernoemde straat. Iets verderop lag het gebouw van het Philharmonisch Orkest van Odessa, waar we kaartjes kochten voor de avondvoorstelling. Daarna liepen we naar het park. De straat overkruiste een soort goot, waar verloedering de overhand had. In het park werd net als in Tsjernivtsi de dichter en vrijheidsstrijder Sjevtsjenko met een enorm standbeeld werd vereerd.


Via het park bereikten we Lanzjeron, de wijk waar Konstantin Paustovski twee jaar van zijn leven doorbracht. We wandelden over het strand van de Zwarte Zee, die vooral blauwe en groene tinten had en genoten van een heerlijke lunch, voordat we de heuvel beklommen naar de Tsjernamorskajastraat. We vonden het huis van Paustovski, vanwaar hij ooit over de zee kon uitkijken. In het huis was een klein museum gevestigd.


Een oude dame ontving ons. We wilden het museum bezoeken zonder de aangeboden rondleiding. Maar even later werd ik vol overgave toegesproken door een andere vrouw, blijkbaar de gids. Ze vertelde over het oude Odessa, de architectuur en het Europese karakter van de stad, de verscheidenheid van mensen, de aanwezigheid van schrijvers, musici, schilders. Het klonk alsof Odessa en Utopia ooit één waren. Er stonden boeken in talrijke vertalingen, zoals in het Nederlands. Onder de parafernalia was ook de pet van Paustovski. Geheel toevallig leek die van mij erop.


De Philharmonie was afgeladen vol. Wagner stond op het programma, stukken uit verschillende opera's, en uit de toespraken vooraf werd duidelijk dat deze componist weinig bekendheid had -ofwel in de ban was- in de voormalige Sovietunie. Het publiek klapte eindeloos voor het orkest, dirigent Igor Shavruk en bariton Matthias Görne.

Intussen hadden wij van jonge Odessieten voor ons in de zaal onder meer de tip gekregen om bij toprestaurants te eten, al overtuigde de aanveling voor een steakhouse, dat tot die categorie zou behoren, ons niet helemaal. Maar naar goed gebruik togen we na de voorstelling nog naar een restaurant, waar we op een sfeervolle binnenplaats -met een dekentje om de schouders- ons te goed deden aan wijn en vis. Zeebaars en bot.

Reageren kan via het blog of per e-mail naar beelceem@me.com